Categorie archief: Blog

• Stuitjes in het kraambed

Schoorvoetend kwam Karin binnen. Ondersteund door de kersverse papa en maxicosi in de hand. Dag 3 van het kraambed en het valt niet mee om dan je bed uit te moeten, in de auto naar de bekkenfysiotherapeut….. Zitten is er niet bij. Pijn, pijn en nog eens pijn. Half gehangen in de auto, want ze moest toch echt naar de praktijk. Ze hadden een prachtig mooie zoon gekregen, maar hij was groter dan verwacht en zij is niet zo groot. Het ging direct mis na de bevalling: ze kon niet zitten en ook niet half overeind zitten. Liggen was het enige of staan, maar ja vlak na de bevalling is dat ook niet fijn.

We hebben haar voorzichtig op de bank gelegd en de stuit staat flink naar rechts gedraaid en gekanteld. Geen wonder dat er zoveel pijn is.

Gelukkig helpt onze nieuwe stuittechniek ons en kon ik de stuit eenvoudig weer op de juiste plek krijgen. Zitten gaat goed, wel voorzichtig, want ja, het deed zo’n pijn. Maar lopen en staan voelen zelfs direct beter.

Karin loopt de behandelkamer uit. En dan volgt er een kleine glimlach. Petra komt binnen en loopt net zo als zij liep bij binnenkomst. Ze kijken elkaar aan. Petra trekt een pijnlijk gezicht en Karin glimlacht. Ze ziet net als zij een kersverse papa en een maxicosi in de hand……..

Ze blijken op dezelfde dag bevallen te zijn op dezelfde middag, in hetzelfde ziekenhuis op om en nabij dezelfde tijd. Met uiteindelijk hetzelfde probleem.

En terwijl Karin terug gaat naar haar kraambed, komt Petra de behandelkamer binnen en begint het stuitjes ritueel weer opnieuw. En korte tijd later loopt ook Petra opgelucht de deur uit. Ook nog voorzichtig, net als Karin, maar wel met een veel leukere kraamtijd in het verschiet.

Later op de middag stapt een nieuwe patiënte de behandelkamer binnen. Ze komt voor mij zitten, scheef, op 1 bil. Ze is 7 weken geleden bevallen en kan sindsdien niet meer goed zitten. Haar hele kraamtijd is eigenlijk in duigen gevallen. ‘waarom ben je niet eerder gekomen? Heeft de verloskundige niets gezegd?’

Jawel hoor, maar ik verwachtte er niet zo veel van en ik dacht dat het vanzelf wel zou wegtrekken. Maar ik kan nog steeds niet uit de voeten, dus nu kom ik toch maar eens langs……..

Eigenlijk was het snel en eenvoudig gedaan. Na de behandeling kon ze prima op twee billen zitten. En het antwoord: ’verdorie, had ik dat nu maar eerder gedaan…..’

Vanaf volgende week kun je op de site een overzicht vinden van bekkenfysiotherapeuten die getraind zijn met deze technieken. Hou die lijst goed in de gaten want er volgen nog veel meer cursussen en we zullen stap voor stap zorgen dat steeds meer bekkenfysiotherapeuten deze techniek beheersen.

• Help. ik heb een diastase!

Wat is een diastase?

Het wijken van de rechte buikspieren (diastase)  op de middellijn van de bindweefselpeesplaat die de rechte buikspieren met elkaar verbindt (de linea alba). Deze plaat loopt van de onderkant van het borstbeen naar de bovenkant van het schaambot en is normaal gesproken ongeveer 1 cm breed. Deze diastase kan langs de gehele lijn optreden.

Tijdens de zwangerschap kan deze lijn meerekken tot 2 à 2,5 cm. Daarna kan er een breukje optreden, die bij het voelen met de vinger meer dan die 2,5 cm breed is.

Wat is de oorzaak van een diastase tijdens de zwangerschap?

Hormonaal

  1. Door toename van vooral het hormoon oestrogeen in de zwangerschap vindt er een verweking van dit peesblad plaats.
  2. Door toename van het hormoon relaxine neemt de actieve stabiliteit af ten gevolge van een spanningsverlaging van spieren. Ze worden dus ‘slomer’ (≠ slapper) en dan wordt snel bewegen (corrigeren) moeilijker en kost meer energie. Door a. en b. daalt de belastbaarheid van het peesblad, wat kan leiden tot een diastase.

Toename mechanische belasting
Door de groei van de baby, de moederkoek (placenta) en de baaarmoeder (uterus) ontstaat er ook rek op de rechte buikspieren, vooral na de 6e maand.

Buikspieren

  1. Als de buikspieren te sterk zijn. Een hoge spanning op de buikspieren zorgt ervoor dat bij aanspannen van deze spieren er relatief nog harder aan het, enigszins verweekte, peesblad getrokken.
  2. Als de buikspieren te zwak zijn is er een totale afgenomen lokale belastbaarheid van de totale buikwand

Sterkte/zwakte van het peesblad in aanleg
Het kan ook zijn dat je gewoon geboren bent met zwakker steunweefsel. Dat is pech en daar kun je niets aan doen.
NB. Om een diastase te voorkomen is het belangrijk om de rechte buikspieren niet tegen de zwaartekracht in te oefenen. Vanuit ruglig kan de vrouw het best via de zijkant overeind komen!

Wat is er in de wetenschap bekend?

Welke factoren beïnvloeden het ontstaan van een diastase?

–       Zwangerschap > 34 jaar
–       Al eerder een keer bevallen zijn
–       Eerder bevallen zijn met een keizersnede
–       Vaker zwanger zijn geweest
–       Zwanger zijn van een meerling
–       Een grote baby verwachten
–       Een hoog gewicht hebben tijdens de zwangerschap
–       Veel vruchtwater hebben

Wat kunnen de gevolgen zijn van een diastase?

a.     functieverlies de rechte buikspieren.
Deze spier is een onderdeel van een belangrijke spierketen voor de mobiliteit en stabiliteit van de romp. De volgende klachten kunnen optreden:

  • Houdingsproblemen
  • Stabilisatieproblemen
  • Problemen bij het voorover-, achterover- en zijwaarts buigen van de romp (vb. omdraaien in bed, aankleden etc.)

b.    afname van de spierkracht van spiergroepen die samenwerken met de rechte buikspieren waardoor er afname ontstaat van

  1. de lokale belastbaarheid van de rug à eerder rugklachten
  2. de mogelijkheid om kracht te ontwikkelen om de buikdruk te verhogen (bij hoesten, niezen en persen) waardoor er mogelijke problemen ontstaan bij de ademhaling en moeilijkheden bij het persen tijdens de bevalling.
  3. de inwendige steun van de ingewanden. Dit kan problemen veroorzaken bij het ontlasten en cosmetische problemen omdat de buik niet meer is zoals het was.
  4. de lokale belastbaarheid van gehele buikinhoud, incl. de  baby, tijdens de zwangerschap.

Waar en wanneer ontstaat een diastase?

Wanneer?

  • In het jaar van de zwangerschap, meestal rond het 2e trimester. Maar ook in het 3e trimester wordt melding gemaakt van een toename van het aantal vrouwen met diastase.
  • De 1e 3 dagen na de bevalling heeft bijna 50% van de vrouwen een diastase
  • Drie maanden na de bevalling heeft ca. 36% nog een diastase, waarbij de mate van diastase duidelijk kan verschillen.

NB. Het vroegtijdig aandacht schenken aan herstel en training van de buikspieren tijdens de postpartumperiode blijkt een gunstig effect op de afname van de diastase te hebben.

Waar?

Met name rond de navel, minder vaak onder de navel (maar kan dus wel!).

Hoe kan een diastase getest worden?

A.    Voor de bevalling (prepartum)

  • Je kunt het testen in deze fase vooral als er een tuut op de buik zit en als er (ook al eerder) klachten zijn geweest.
  • zorg dat je advies krijgt hoe hiermee om te gaan in het kraambed.
  • Het is aannemelijk dat vrouwen, die prepartum in goede conditie zijn door juiste begeleiding, ook postpartum beter hun houding kunnen corrigeren en handhaven, waardoor minder kans op een diastase en/of sneller daarvan herstellen. Zorg dus dat je in goede conditie bent bijvoorbeeld door een ZwangerFit programma te volgen.

B.    Na de bevalling (postpartum)

  • in de 1e les na de bevalling kun je het zelf testen:

werkwijze:

  • Ga op je rug liggen met opgetrokken knieën; zet de knieën niet tegen elkaar, plaats je voeten op heupbreedte, je armen op onderlaag, je hoofd op een kussen.
  • Leg je vingers net boven de navel op je blote huid
  • Maak een onderkin en til je schouders en hoofd op totdat de schouderbladen los van de onderlaag komen
  • Tast nu met je vingers de gehele linea alba af in de lengte en breedte.

NB. Een veelgebruikte norm voor aanwezigheid van een diastase is een verbreding van het peesblad van meer dan 2 vingerbreedtes.

Ernst van de diastase:

Lengte Breedte
Lichte diastase 5 1
Matige diastase 5-8 1-2,5
Ernstige diastase (≈ navelbreuk) 10-16 2,5-4

Herstel van een diastase:

 

Herstel
Lichte diastase Meestal spontaan wanneer vnl. de rechte buikspieren zijn normale spierkracht weer heeft gekregen.
Matige diastase Door functionele (keten)training, gerichte spierversterkende oefeningen van de buikspieren en houding- en instructie voor dagelijks bewegen binnen individuele sessies, begeleid door een fysiotherapeut. Voornaamste doelstelling: versterken van het totale spierkorset en met name de buikwandspieren.
Ernstige diastase (≈ navelbreuk) Operatieve ingreep indien de drukverhogingen in de buik blijvend onvoldoende opgevangen worden (zie verderop).
Wat kun je nog meer doen om een diastase en de klachten te laten afnemen?

Wat kan een fysiotherapeut voor jou betekenen?

A.    Het geven van preventieve instructies

B.    Optimaal activiteitenniveau voorafgaand aan de zwangerschap:

  • Met betrekking tot de trainbare componenten zoals spierkracht, uithoudingsvermogen, coördinatie en juiste houding en het gewend zijn om te trainen en te herstellen na belasting

C.    Oefenen van de buikspieren:

  • zowel functioneel (training van ketens) als ‘selectief’.

D.    Houdingscorrectie

E.    ADL-adviezen:

  • tiltechnieken
  • vermijden van zwaar tillen

Evt. extra steun van buitenaf middels een korset of een doek als aanvulling op het oefenprogramma.

Hoe kun je zelf oefenen?

Op een Zwangerfit cursus leer je hoe je het beste je romp en bekken kunt stabiliseren.

– Voor elke oefening je:

  • de basis-stabilisatie uitvoeren
  • de houding corrigeren
  • de bekkenbodem aanspannen
  • uitademen bij kracht zetten.

Wat te doen in het kraambed?

In lig met opgetrokken knieën.

  1. Bekkenbodemspieren aanspannen
  2. Dwarse buikspieren (= mm. transversus) aanspannen (=basisstabilisatie)
  3. tijdens de uitademing met een hand naar tegenovergestelde knie reiken en daarbij het hoofd een klein stukje optillen van de onderlaag (= schuine buikspieren). De schouders blijven echter op de matras. Daarna de andere kant.
  4. Doe dit 3 keer per dag in series van 10 aanspanningen.

NB. Probeer vermoeidheid te vermijden en blijf vooral DOORADEMEN, zodat de buikdruk niet extra omhoog gaat!!

  • Bij bekken- en/of lage rugklachten à geef steun laag in de rug door evt. een opgerold handdoekje of een klein kussentje in de rug te leggen.
  • Als er een zgn. ’tuut’ optreedt ( = uitpuilen van de buikwand): Het is belangrijk dat er dan een therapeut of partner de oefeningen begeleidt met actieve steun van beide handen die kruislings over elkaar heen in de taille aangrijpen en naar elkaar toetrekken. Probeer alleen iets met beide schouders omhoog te komen en daarbij de ene schoudertop naar de tegenovergestelde knie te laten wijzen en andersom.

Hoe verder vanaf 2e week na de bevalling

  • Doe dezelfde oefening alleen nu met beide handen tegelijk naar de rechter- en linkerknie en het hoofd iets optillen.

NB. Alert blijven op het evt. optreden van de ‘tuut’

Wat te doen na die 2e week?

Als de eerste twee oefeningen zonder weerstand probleemloos gaan

  1. tegen weerstand om en om de hand van de tegenoverliggende arm tegen de knieplaatsen en weerstand geven aande knie daartegen optrekken.
    1. Weerstand opvoeren van submax. naar max.
    2. In kortlig, zit en stand (diagonaal)
  2. bij voldoende buikspierspanning kan de oefening verzwaard worden door nu de hand van de arm aan dezelfde kant als het been de weerstand te laten geven.

Tijdens een postpartumcursus

  • Gecombineerde buikspier- en bekkenbodemoefeningen, waarbij de basis-stabilisatie, de schuine en dwarse buikspieren betrokken moeten worden.
    • Het liefst in functionele spierketens.
    • Dus ook de spieren die precies tegenovergesteld  van de buikspieren werken in billen en rug trainen

NB. Alle bovenstaande oefeningen zijn zowel preventief als therapeutisch geschikt .

Let op: Zeker geen sit-ups, wel goed lette op houding en correct beweging en lichte buikspieroefeningen in keten. Pas ook op dat je de buikdruk niet opvoert (zie adviezen buikdruk bij een verzakking, deze gelden net zo goed voor de diastase).

Wat als het allemaal niet helpt, wat zijn er dan nog voor mogelijkheden?

Operatieve ingreep

  • Chirurgisch herstel van een diastase wordt vaak gedaan in combinatie met een buikcorrectie. De 1e maand postoperatief wordt de buik van buitenaf ondersteund, daarna de eerder beschreven oefentherapie. Een ingreep kan alleen worden uitgevoerd als er geen kinderwens mee is.
  • Aanbeveling: Voor de operatie is het belangrijk  pre-operatief om de basisstabilisatie aan te leren.

LET OP: Tegenwoordig moet je de ingreep waarschijnlijk zelf betalen. Informeer dus goed bij je zorgverzekeraar of er een optie is dat het betaald wordt. Dit zal gebaseerd zijn op het feit dat er geen bewijs is dat een diastase functionele problemen geeft. Er is een rechtszaak over geweest (van een patiënt contra zorgverzekering) en er is dus jurisprudentie over waarop een zorgverzekeraar zijn besluiten zal staven.

Kans dat het niet lukt of terugkomt (recidief)

  • Als de spierspanning van de rechte buikspieren zich goed herstelt, dan zal een lichte vorm van diastase zonder restklachten herstellen.
  • Echter bij een volgende zwangerschap kan de diastase wel weer progressief toenemen. De preventieve oefeningen en instructies zoals hierboven staan zijn dus belangrijk.
  • Door alert te zijn op een recidief kun je zo nodig professioneel begeleid worden en daarmee het optreden en de gevolgen van de diastase zoveel mogelijk beperken.

• 6 tips voor gezond ontlasten en vezelgebruik

Leuk woord eigenlijk: we willen ons ONTdoen van een LAST………. want een LAST kan het zijn!        

We weten dat een regelmatige ontlasting voor de een de gewoonste zaak van de wereld is en dat het voor de ander een iedere dag terugkerend probleem is. Vandaag wil ik het vooral hebben over de problemen van het niet goed kunnen ontlasten, kortom, als je veel moeite moet doen om de ontlasting eruit te krijgen: omdat de ontlasting te hard is en/of maar een paar keer per week gebeurt.

Voor de goede orde: de frequentie van ontlasten kan erg verschillend zijn per persoon, maar in de medische wereld wordt alles normaal geacht dat tussen de 3 keer per dag tot 3 keer per week zit.

Er zijn veel klachten die bij een obstipatie kunnen voorkomen:

  • harde/droge ontlasting die er moeilijk uitkomt,
  • pijn bij het ontlasten (door harde ontlasting kunnen er scheurtjes bij de anus ontstaan die heel erg pijnlijk zijn),
  • strepen ontlasting die ontstaan omdat er dunne ontlasting langs de harde ontlasting loopt
  • gevoel van aandrang zonder dat er ontlasting komt,
  • aambeien,
  • verzakkingsgevoel (of al een verzakking hebben van de achterwand van de vagina) in de vagina en steun moeten geven bij de vagina om de ontlasting eruit te kunnen krijgen.


Kan het kwaad als je veel en hard moet persen om je ontlasting eruit te halen?

Het is voor je bekkenbodem niet goed als er altijd geperst moet worden, dat kan op termijn een verzakking in de hand werken of erger maken en dus willen we dat zoveel mogelijk voorkomen.


Vaak zijn er simpele redenen en dus ook simpele oplossingen te bedenken

  • Te weinig bewegen en te weinig vezels in de voeding. De eerste spreekt voor zich maar over het vezelgebruik valt nog wel veel te zeggen.
  • Te lang uitstellen van het ontlasten. Vaak willen we dat alleen maar thuis, komt het even niet huis en hebben we er even niet de rust voor. De ontlasting werkt zich dan deels terug, het vocht wordt er door het lichaam deels uitgehaald en de ontlasting wordt te hard.
  • Als bijwerking van sommige medicijnen zoals anti-depressiva, kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen, staalpillen en zelfs bij langdurig gebruik van laxantia.
  • Verkeerd gebruik van je bekkenbodemspieren. Als ze te strak gespannen staan, te zwak zijn of als je ze gewoon verkeerd gebruikt: het kan er allemaal mee te maken hebben. Er blijft dan vaak ontlasting achter dat weer kan zorgen voor een opgeblazen gevoel in de buik.


Wat kun je zelf doen aan obstipatie?

  • Voldoende bewegen, het spreekt voor zich, maar is wel belangrijk.
  • Vezelrijk eten. Als ik iemand vraag of er vezelrijk gegeten wordt is al vaak het antwoord ja. En dan volgt er een toelichting: ‘twee boterhammen in de ochtend en tussen de middag, voldoende fruit, sinaasappelsap, groente, jahoor ik eet gezond’. En daar twijfel ik niet aan. Wat iemand eet is dan wel vezelrijk, maar of iemand dan de 25-30 gram per dag haalt is nog maar de vraag. Als we dan echt vezels gaan tellen met behulp van een vezellijst blijkt dat in 9 van de 10 keer helemaal niet te kloppen. Op de site van profunduminstituut.nl kun je bij de formulieren vezellijst een overzicht vinden van de vezels in de voeding en ook een daglijst om het eens bij te houden. Vaak kom je tot verrassende resultaten, maar zie je ook direct wat je er aan kunt doen. Soms denken we dat in bepaalde voedingsmiddelen veel vezels zitten, maar toch valt dit vaak tegen.
  • Bedenk dat er oplosbare en niet-oplosbare vezels zijn: oplosbare vezels zitten in fruit, groente en peulvruchten. Onoplosbare vezels zitten in brood, muesli en andere graanproducten. Beide type vezels zijn belangrijk.
  • Voldoende drinken. Bedenk dat je minimaal 1,5 tot 2 liter vocht moet gebruiken. Veel vezels hebben ook veel vocht nodig om er een mooie massa van te maken.
  • Probeer drie maal per dag een maaltijd te nemen met voldoende vezels. Darmen houden van een vast ritme.
  • Sla het ontbijt niet over! Het helpt de darmen in actie te komen na een nacht van rust.

Er zijn ook extra voedingsmiddelen in de handel om het aantal vezels op te voeren, zoals: All Bran van Kellogs, gebroken lijnzaad, Activia etc.


Tot slot zomaar wat vragen uit de praktijk

Vraag:  ‘Hoe moet het dan met de stoelgang als ik op vakantie ga? Het gaat dan altijd mis!’

Antwoord: Bedenk wat er met je darmen gebeurt…….. eerst ben je dagen aan het hollen en vliegen, huis aan kant, de was gedaan, de laatste boodschapjes om daarna langdurig te zitten. Want dat doen we als we op reis gaan. Langdurig en veel zitten met weinig beweging.
Probeer vooral voldoende vezels in te nemen gedurende de reis. Simpel: drie vijgen is al 11 gram dus dat zit er makkelijk in, maar je kunt ook aan andere dingen denken. Daarnaast voldoende water drinken. Want ook drinken wordt ernstig beperkt omdat we niet te vaak naar het toilet willen onderweg of omdat we veel vocht verdampen in een warme auto of in een vliegtuig.

Vraag: ‘Ik ben gewend om hard te persen, dat doet toch iedereen?’

Antwoord: Nee, eigenlijk kunnen de darmen het zelf doen. Deze knijpen als het goed is de ontlasting eruit als wij maar zelf de rust nemen op het toilet en een goede techniek hanteren om dit proces te ondersteunen. Mocht dit niet goed lukken kun je altijd advies vragen bij een bekkenfysiotherapeut in je omgeving.

Belangrijk blijft dat als de obstipatie aanhoudt en je met eenvoudige middelen het niet kunt oplossen of dat het zomaar is ontstaan zonder aanleiding dat je dit gaat bespreken met je huisarts.

• Verzakking

Een verzakking, wat is het en kan er aan gedaan worden? Na de vragen over de overactieve bekkenbodem is er nog een ander belangrijk onderwerp uit de top 3: de verzakking. Er wordt natuurlijk ook in de media veel aandacht besteed aan de verzakking en met name de operatieve ‘snelle oplossing’ waarbij bijvoorbeeld een tape geplaatst wordt bij vrouwen met urineverlies en de mat die bij vrouwen met een terugkerende verzakking kan worden geplaatst na een eerdere operatie.Maar juist een conservatieve manier kan je ook goed helpen!

Deze blog gaat vandaag over de verzakking bij de vrouw. Verzakkingen bij de man komen in mindere mate voor en daar zal ik apart een keer aandacht aan besteden.

verzakkingEen verzakking, wat is het en wat zakt er dan?
Als we praten over een verzakking denken we al gauw dat het gaat over een verzakking van de baarmoeder, maar er zijn heel veel verschillende vormen van verzakkingen. Zo kunnen alle organen in het kleine bekken van de vrouwen uitzakken:

  • de blaashals,
  • de blaas,
  • de baarmoeder,
  • de dikke darm,
  • de dunne darm,
  • de top van de vagina (als de baarmoeder verwijderd is). Soms alleen de blaas, soms alleen de darm, maar regelmatig ook de combinatie van verschillende organen die tegelijkertijd langzaamaan naar beneden komen.

Wat zijn oorzaken van een verzakking?
Er zijn verschillende oorzaken en ook hier weer combinaties van oorzaken te benoemen: leeftijd, bevallingen, zwak bindweefsel, chronische obstipatie, zwakke bekkenbodemspieren, eerdere operaties in dit gebied en regelmatig zwaar tillen zijn een paar belangrijke oorzaken. Dat betekent bijvoorbeeld dat als je een beroep hebt waar je zwaar bij moet tillen zoals in de zorg of in de winkel loop je meer risico. Ook als je moeder verzakkingsklachten heeft of heeft gehad heb je meer kans op het ontwikkelen van verzakkingsklachten. Als je goed kijkt zie je dat er aan veel dingen niets te doen is: het feit dat je moeder het heeft, de bevalling, de leeftijd……..

Gelukkig is er ook een belangrijke factor waar we wel zelf iets aan kunnen doen en wat ook belangrijk is: we kunnen al in een vroeg stadium in ons leven in de gaten krijgen wie meer risico loopt en wie minder. En als je dat weet kun je bijtijds je maatregelen nemen.

Loop ik meer risico?
Er zijn drie belangrijke factoren die je kunnen aangeven of je meer risico loopt:
1. Het zien en/of voelen van een balletje in je vagina als je zwanger bent
2. Regelmatig zwaar lichamelijk werk verrichten
3. Een moeder met een verzakking
Het is juist de combinatie van deze drie factoren die op latere leeftijd bijna de helft van het aantal verzakkingen kan verklaren. En als je in je periode van zwangerschappen en bevallingen zit, is dat iets wat je je goed moet realiseren. Het goed gebruiken van je bekkenbodem is dan superbelangrijk.

Hoe kun je merken dat je een verzakking hebt? Welke klachten horen daarbij?
De belangrijkste symptomen van een verzakking zijn het voelen en/zien van een balletje in je vagina. Dat kan een zwaar gevoel in de vagina opleveren die met name aan het einde van de dag opspeelt of na een paar uur zwaar werk. De klacht wordt weer minder als je even gaat liggen. Voor een verzakking van de verschillende organen zijn er ook specifieke symptomen die daarbij horen.

Als je blaas verzakt (dat betekent dat de blaas en/of blaashals in de voorwand van de vagina zakt) kan het gebeuren dat je na het plassen denkt klaar te zijn, maar dat er bij het gaan staan opnieuw nog wat urine komt.

Als je dikke darm is verzakt (in de achterwand van de vagina) moet je soms helpen om je ontlasting eruit te krijgen door tegen de achterwand van de vagina aan te duwen.

Als je dunne darm verzakt is (die achter de baarmoeder naar beneden komt) heb je vaak last van wat we ‘loze aandrang’ noemen. Je hebt aandrang en denkt naar het toilet te moeten maar er komt niets als je naar het toilet gaat.

Hoe kom ik erachter of ik mogelijk een verzakking heb?
Je kunt op deze link een vragenlijstje die gebaseerd is op een grote studie. Je kunt deze invullen en de gescoorde punten bij elkaar optellen. Daaronder staat even voor het gemak een aantal scores en de bijbehorende kans op het hebben van een verzakking. Als je bijvoorbeeld 60 punten scoort dan betekent het dat je op dit moment 40% kans hebt dat je een verzakking hebt die al wat verder gevorderd is zodat het verstandig is om met je bekkenbodem aan de slag te gaan.

Wat zijn de verschillende behandelmogelijkheden als je een verzakking hebt waar je echt last van hebt?
Er zijn zowel conservatieve als operatieve mogelijkheden. Belangrijk is dat je moet weten dat uit wetenschappelijke onderzoeken duidelijk is geworden dat bekkenfysiotherapie, waar je leert je bekkenbodemspieren op de juiste wijze te trainen en te gebruiken, de eerste optie van behandelen is!

Pas als dat niet werkt komt de optie van een operatie in beeld. Naast het oefenen van je bekkenbodemspieren kan ook een pessarium (vaginale ring) nog een mogelijke conservatieve behandeling zijn eventueel in combinatie met de bekkenfysiotherapie.

Zelfs als je geopereerd gaat worden moet je je altijd realiseren dat je eerst moet leren je bekkenbodemspieren goed te gebruiken. Een operatie is nl. geen oplossing voor het leven. Een goed gebruik van je bekkenbodemspieren blijft essentieel!!! Als je vroeg in je leven al een operatie krijgt voor een verzakking is de kans groot dat je na verloop van jaren nog een of twee keer geopereerd moet worden.

Als je met de vragenlijst hoog scoort kun je je dokter of bekkenfysiotherapeut vragen je te onderzoeken. Zij kunnen aangeven in welke mate je organen aan het zakken zijn. Of je met je klacht daadwerkelijk hulp gaat zoeken hangt vooral af van de mate waarin je er last van hebt.

Wanneer moet ik met mijn bekkenbodemspieren aan de slag?
Tja, die bekkenbodem is natuurlijk altijd belangrijk maar het belangrijkste sleutelwoord is buikdruk. In de blog buikdruk zal ik er uitgebreid op ingaan, want dat vraagt wat meer uitleg dan ik nu hier kan geven. Daarna komen ook andere onderwerpen rond de verzakking aan de orde zoals bijvoorbeeld veilig sporten als je een verzakking hebt of al eens geopereerd bent.

• Buikdruk

Na de uitleg over verzakkingen zal hier een belangrijk onderdeel worden besproken dat van grote invloed is op je bekkenbodem: de buikdruk.

Wat is buikdruk?

Een zware doos optillen, een muurvastzittend schroefdeksel los draaien, persen bij een moeilijke stoelgang:

Bij al deze bewegingen zetten we de adem vast om flink kracht te leveren.

De druk die dan ontstaat in de buik en op je bekkenbodem, en/of in je hoofd is vast herkenbaar. Deze drukverhoging in buik- en bekkengebied noemen we de buikdrukverhoging: verhoging van de druk in de buik- en bekkenholte.

Om te voorkomen dat er incontinentie of een verzakking van bekkenorganen optreedt, moet de buikdrukverhoging goed opgevangen worden. Dit doe je door de bekkenbodem- en buikspieren aan te spannen en tegelijkertijd de stemspleet te ontspannen. Zo wordt de adem niet vastgezet en kan de lucht via een uitademing ontsnappen. ‘De druk kan van de ketel’. De bekkenbodemspieren zorgen voor afsluiting en ondersteuning van de organen.

Buikdrukverhoging is een normaal verschijnsel. Niet alleen bij zwaar werk ontstaat er buikdrukverhoging, maar bij veel van onze dagelijkse activiteiten zoals inademen, de adem vast zetten, bukken, knielen, hurken, kracht zetten, persen, snuiten, niezen, hoesten, lachen, afzetten, lopen, joggen en springen. Vaak doe je een paar dingen tegelijk.

Het is belangrijk dat de druk die op de bekkenorganen ontstaat niet groter is dan wat de bekkenbodem samen met de steunweefsels kan opvangen.

Je moet nooit meer tillen dan je bekkenbodem dragen kan!

Is de druk in je buik te hoog, dan worden bekkenbodem en steunweefsels zwaarder belast en mogelijk overbelast. Chronische overbelasting kan leiden tot blijvende schade. En die schade kan dan weer klachten geven zoals incontinentie, niet goed kunnen plassen, obstipatie, verzakkingsklachten, pijnklachten of seksuele klachten.

BuikdrukDe vrouw op deze afbeelding tilt duidelijk veel meer dan haar bekkenbodem kan dragen. Ze houdt bovendien haar adem in, wat de buikdruk en daarmee de druk op haar bekkenbodem nog veel hoger maakt. De afsluitkracht van de bekkenbodem schiet bij deze extreme buikdrukverhoging zichtbaar te kort.

Nu doet deze dame iets wat de meesten van ons niet doen: gewichtheffen, maar we tillen al gauw vaak en veel.

Dagelijks te zware lasten:

  • De boodschappen pakken we  bij de supermarkt zo handig mogelijk in : alle pakken melk, yoghurt en flessen passen zo handig en geordend in een krat, maar hoe zwaar is het krat dan dat eerst uit de kar in de auto moet en dan ook thuis nog een keer de keuken in.
  • Het badje na het badderen van de kleine moet toch echt weer leeg. Hoeveel liter?
  • De Maxi-Cosi, hoe zwaar is die met je kleintje erbij?
  • Ramen lappen, met hoeveel water lopen we in de emmer?
  • Een tas en een laptop, en ook nog wat dossiers?
  • En, en, en, en………

Wat kun je er zelf doen?

  1. het allerbelangrijkste is dat je eerst eens kijkt of je zelf je bekkenbodem kunt vinden. Gaat de bekkenbodem naar binnen als je aanspant?
  2. voel goed wat er gebeurt als je eens flink hoest. Gaat de bekkenbodem dan ook naar beneden?
  3. probeer nu om tijdens het hoesten de bekkenbodem eens flink aan te spannen. Als het goed is gaat de bekkenbodem nu veel minder of helemaal niet naar beneden.
  4. dan nu het tillen. Wat voel je als je een flinke tas met boodschappen optilt? Gaat de bekkenbodem ook nu weer naar beneden?
  5. juist, dus ook nu proberen om tijdens het tillen de bekkenbodem aan te spannen, de adem niet vast houden, maar gewoon uitademen. Blijf desnoods gewoon praten of zing wat. Het zijn allemaal trucjes om te blijven doorademen.
  6. en als u naar de sportschool gaat en intensief uw spieren oefent………. ook nu de adem niet vastzetten, maar doorademen en tijdens de krachtinspanning de bekkenbodem weer aanspannen.

En als dat niet lukt? Wat dan?

Als dat allemaal niet lukt is het een goed idee om eens een bekkenfysiotherapeut te consulteren. Zij kunnen je prima op weg helpen om dit voor elkaar te krijgen.

Buikdrukregulatie is eigenlijk een vorm van oefentherapie. De bekkenfysiotherapeut leert je de bekkenbodem te vinden, te trainen in kracht, coördinatie, maar ook in ontspanning.

Maar ook om in de alledaagse situaties om te gaan met buikdrukverhoging door op een eenvoudige manier je bekkenbodem te gebruiken.

Ook als je geopereerd bent aan de bekkenbodem of binnenkort een operatie zult ondergaan: neem contact op met de bekkenfysiotherapeut en zorg dat je goed voorbereid bent op je toekomst.

Immers:een slimme meid is op haar toekomst voorbereid!

Wil je wat meer weten over het werk van de bekkenfysiotherapeut? Kijk dan eens op de site www.bekkenfysiotherapie.nl  en/of bekijk eens het filmpje dat je op de site kunt downloaden.

 

• 5 Functies van de bekkenbodemspieren

Er is veel informatie beschikbaar op diverse sites, in artikelen in tijdschriften en via websites van behandelaars of de patiënten vereniging. Maar vaak zien we door de bomen het bos niet meer.

Juist daarom start ik deze blog. Zodat je informatie wat meer geordend krijgt en je je vragen kunt stellen zodat ik daar goed op kan inspelen.

Vandaar dus deze blog voor iedereen die een bekkenbodem heeft en niet goed weet waar die spieren voor dienen en waarom ze steeds meer in de belangstelling staan.

Bekkenbodemspieren zitten onderin je bekken en hebben daardoor belangrijke taken. Taken waar je de hele dag mee te maken hebt. Deze spieren zijn niet alleen bij vrouwen aanwezig!

  1. Dragen
    De bekkenbodem draagt de organen in het kleine bekken: de blaas en de darmen en bij vrouwen ook nog de baarmoeder.

Juist omdat we rechtop staand door het leven gaan heeft de zwaartekracht een belangrijke negatieve rol op deze functie. De bekkenbodem moet als het ware tegenkracht bieden tegen het uitzakken van de organen.

  1. Sluiten
    We hebben met elkaar afgesproken dat we niet overal kunnen plassen en ontlasten waar het ons uitkomt. Dat betekent dus dat we ook als we aandrang voelen de organen moeten afsluiten totdat we op het toilet zitten. Dat klinkt simpel, maar is voor veel mensen toch een groot probleem. Als dat niet lukt is iemand immers incontinent voor urine of ontlasting.
  2. Openen
    Ook het omgekeerde is dus nodig! Als we naar het toilet gaan is het ook fijn dat je goed leeg kunt plassen of ontlasten. Dat klinkt logisch, maar geeft toch regelmatig problemen. De bekkenbodem moet dus goed kunnen ontspannen om dit voor elkaar te krijgen.
  3. Bloedsomloop
    Door het gebied van de bekkenbodem lopen grote bloedvaten die buik en benen voorzien van bloed. Spieren zorgen door aan- en ontspannen dat het bloed door het lichaam gepompt worden.
  4. Seksualiteit
    Je bekkenbodemspieren worden door sommigen ook wel je seksspieren genoemd. Gezonde bekkenbodemspieren zorgen dat de bloedtoevoer in de vagina toeneemt, de vagina vochtiger wordt en er een gezonde spanning in de vagina ontstaat die het seksleven verbeteren. Maar het omgekeerde kan dus ook: als je bekkenbodemspieren niet goed kunnen ontspannen kan het ervoor zorgen dat de vrouw pijn krijgt bij het vrijen en dat een orgasme niet wil lukken. Bij een man kan het ervoor zorgen dat een erectie minder wordt.

Maar wat als er problemen zijn? Hopeloos? Nee, natuurlijk niet! Ik zal stap voor stap de tips en tricks bespreken waar je verder mee kunt.

Laten we afspreken dat je nu eerst op zoek gaat naar je eigen bekkenbodemspieren, probeer ze te vinden en de spanning ervan te herkennen.

Bij de blog bekkenbodem vinden bespreek ik de trucs om de bekkenbodem te kunnen vinden en hoe we ermee aan de slag kunnen.

Succes!

• Uw bekkenbodem vinden

Er zijn drie manieren om je bekkenbodem te vinden

Bekkenbodem; we hebben er allemaal eentje (mannen en vrouwen!), maar het is niet altijd even makkelijk om die spier zelf te kunnen aanspannen op de goede manier.

Het is helemaal niet raar als je je bekkenbodemspieren niet goed kunt vinden. In je hersenen zit een uitgebreide spiegel van alles in je lichaam, maar het zijn vooral je zintuigen (zien, voelen, proeven, ruiken, horen) die heel veel plaats innemen. Voor de bekkenbodem is maar een heel klein stukje gereserveerd.

Daarom vandaag de belangrijkste trucs om je eigen bekkenbodemspieren te vinden. Als je ze wilt oefenen moet je ze immers eerst weten te vinden nietwaar?

Wist je dat 3 op de 10 geen idee heeft hoe aan te spannen of wel probeert aan te spannen maar juist het omgekeerde doet?

Beeld je in dat die grote spiergroep in de onderzijde van je bekken zit en je blaas en darmen draagt en kan afsluiten. Juist bij plassen en ontlasten moeten ze vervolgens weer loslaten. Daarom de volgende trucs:

  1. Probeer als je met een volle blaas naar het toilet gaat je plasstraal even te onderbreken. Stopt de straal of wordt deze een stukje minder? Dan doe je dat dus met je bekkenbodemspieren! Bij het aanspannen van je bekkenbodemspieren ontstaat er een sluitende en liftende beweging in je bekken. De liftende beweging zorgt voor het sluiten van de plasbuis. Let wel op dat je de bilspieren niet meeneemt in het aanspannen. Dat zijn echt andere spieren. Het aanspannen van de bekkenbodem moet je niet bij iedere keer datje plast oefenen. het gaat er juist om dat je je bekkenbodem zo beter kunt vinden, maar daarna het zonder plassen voor elkaar krijgt!
  2. Ga eens zitten op een harde stoel en probeer je bekkenbodemspieren in te trekken. Kan iemand aan de buitenkant iets aan je zien? Als het goed gaat ziet niemand iets. Als je merkt dat je met je lichaam omhoog komt……dan doe je dat met je bilspieren. Als het niet lukt, begin dan met een klein beetje aanspannen. Als het goed is moet je goed verschil voelen tussen aanspannen en ontspannen.
  3. Voor vrouwen is er nog een extra truc. Als je vrijt met je partner en de penis is in jouw vagina, span dan je bekkenbodem eens goed aan. Als je partner het gevoel heeft dat hij naar buiten wordt geduwd dan doe je het precies verkeerd om. Als je het wel goed doet zal hij het prettig vinden.

Als je je bekkenbodem aanspant en weer loslaat….. voel je nu een groot verschil tussen deze twee of is er bijna geen verschil te ontdekken? Denk er aan dat dat nog niets zegt over de basisspanning van je bekkenbodemspieren. Weinig verschil voelen tussen aan- en ontspannen kan voorkomen bij mensen bij wie de bekkenbodem te strak staat maar ook bij wie de bekkenbodem te zwak is.  Ik zal daar in aparte blogs op terug komen.

Je ziet dat een goede bekkenbodemfunctie veel voor je kwaliteit van leven kan betekenen. Bedenk ook dat van alle mensen die problemen hebben met de bekkenbodem maar een heel kleine groep op zoek gaat naar hulp. Waarom?

Is het omdat…..

  • je het er over gehad hebt met vriendinnen en ze hebben allemaal wel ergens last van, dus het zal wel normaal zijn als je wat ouder wordt
  • je er absoluut niet met iemand over wilt praten omdat je je schaamt en het lastig vind om hierover met iemand te gaan praten.
  • je zelf misschien niet eens in de gaten hebt hoe de klachten zijn binnengeslopen en je stap voor stap je leven hebt aangepast: niet naar de stad, niet mee stappen, niet meer sporten, vel opvangmateriaal in de tas mee, geen verjaardagvisites (want stel dat het mis gaat……), liever dicht bij huis (het toilet) blijft

Maar de bekkenbodem is zo’n belangrijk onderdeel van ons lichaam en zo bepalend of we ons nu wel of niet goed voelen!

Ga dus eens op zoek naar je bekkenbodem! Probeer het zittend, liggend of staand en kijk wat het beste lukt. Voor veel van de bekkenbodemproblemen is een oplossing en het gaat echt niet altijd over opereren!

• De overactieve bekkenbodem

Gezien alle reacties die op de blog en via de gewone mail binnenkomen blijkt dit in de top 3 te staan van de meeste vragen en opmerkingen van herkenning.

Ik heb in de eerdere blogs gesproken over de functie van de bekkenbodemspieren en wat er gebeurt als de bekkenbodem niet goed werkt……. Afgelopen week zijn we op zoek gegaan naar de bekkenbodem en ik hoop dat je ze hebt kunnen vinden. Ook mede dankzij zinvolle aanvullingen van collegae therapeuten.

Overactief. Dat betekent dus dat de bekkenbodem te strak staat, niet goed kan ontspannen terwijl dat wel belangrijk is.

Een overactieve bekkenbodem kan leiden tot een veelheid aan klachten. Soms herken je een enkele klacht uit het rijtje, soms zie je dat er wel heel veel punten van herkenning zijn.

Voorbeelden van klachten die ontstaan bij een overactieve bekkenbodem:

  • pijn in de onderbuik, lage rug en rond de geslachtsorganen;
  • pijn hogerop in de buik of rug;
  • moeite met een rustige en diepe ademhaling;
  • steeds terugkerende urineweginfecties;
  • vaginistische klachten bij vrouwen;
  • onvermogen om tot een orgasme te komen;
  • erectiestoornissen;
  • pijn bij het vrijen (en dat geldt voor zowel mannen als vrouwen);
  • obstipatie;
  • moeite hebben om bij ontlasten alles eruit te krijgen;
  • ontstaan van scheurtjes in de anus waardoor het ontlasten extreem pijnlijk is;
  • ontstaan van aambeien;

Een overactieve bekkenbodem kan verschrikkelijk vervelend zijn en vaak heb je niet in de gaten dat het de bekkenbodem is die je zo veel ellende bezorgt.  Als een spier te lang te hard aangespannen staat zonder dat er ontspanning is kan er verzuring optreden. Je kent die opmerking vast wel bij de commentaren op de tv bij wielrennen of schaatsen. De sporters hebben last van zure benen en kunnen bijna niet meer vooruit. Zo pijnlijk is het dan. Datzelfde geldt ook voor bekkenbodemspieren. Maar zoals je bij sporten begrijpt dat bij veel inspanning er verzuring ontstaat zo lastig is het om door te hebben dat je bekkenbodem aan het verzuren is.

Bekkenbodemspieren zitten behalve in het bekken zelf, ook vast aan je stuitje. Een bekkenbodem die steeds aangespannen staat trekt dus ook de hele dag aan je stuitje. Hierdoor kan er nog meer pijn ontstaan en kan deze zich ook uitbreiden naar je lage rug.

Bekkenbodemspieren worden, net als andere spieren, erg moe van het steeds maar aangespannen zijn. Daardoor kunnen ze niet meer adequaat reageren. Wanneer u moet plassen, of wanneer u wilt ontlasten. Je gaat dan hard persen om het eruit te willen krijgen. En dat is weer niet goed voor alle organen in je onderbuik. Veel, vaak en hard persen kunnen op den duur voor een verzakking zorgen, en dat willen we immers niet.

Ook bij het vrijen is het lastig als de spieren te strak staan. Bij vrouwen is het dan vrijwel niet mogelijk om zonder pijn te vrijen, maar ook de reflexen die zorgen voor een orgasme bij man en vrouw gaan minder goed werken.

Een overactieve bekkenbodem is voor een bekkenfysiotherapeut zeer herkenbaar, maar voor veel andere zorgverleners niet direct het eerste waar aan gedacht wordt.

De belangrijkste vraag die ik deze week steeds maar weer kreeg is hoe het toch komt dat je een overactieve bekkenbodem krijgt.
Zonder veel te weten over een individuele persoon zijn er veel mogelijke redenen die hier de oorzaak van kunnen zijn. Ik ga er een paar noemen:

  • lage rugklachten;
  • bekkenpijn die in de zwangerschap sterk aanwezig was;
  • knijpgedrag al van kinds af aan als gewoonte te hebben opgebouwd;
  • stress op het werk of privé;
  • veel zorgen;
  • niet veilig opgegroeid zijn;
  • veel gepest zijn;
  • een moeizame bevalling hebben meegemaakt;
  • meemaken van ‘life events’, een overlijden van een dierbare, een ziek kind, betrokken zijn geweest bij grote trauma’s;
  • seksuele traumata, aanranding, incest of verkrachting;
  • etc.

Er zijn vele manieren om tot een goede ontspanning te komen. Op de site bekkenbodemonline.nl en op de App. staan er een aantal geschreven en/of ingesproken.

Een paar signalen van de overactieve bekkenbodem:

  • als je wilt gaan plassen, aandrang hebt, en op de toilet zit moet je eerst even inwiebelen, even wachten, voordat je plas komt (je bekkenbodem moet eerst gaan ontspannen en doet dat niet zo snel);
  • je plasstraal is niet krachtig, maar soms druppelend, komt het horten en stoten…

Als het niet lukt om je bekkenbodem te ontspannen, schroom dan niet naar een bekkenfysiotherapeut te gaan. Wij zijn getraind om je hierin te begeleiden.